Soms kan ik doordenderen met mijn leven. Je weet wel, mijn werk doen, moeder en vrouw-van zijn, vriendin, kindernevendienstleiding, etc. Het gáát maar door. Want tsja, stilstand is toch achteruitgang?
En dan ook nog eens DE vraag die al lange tijd door mij heen spookt: “Heer, wat wilt U met mij leven”? Soms moet ik daarvoor bewust stilgezet worden. Zo ook 1,5 jaar geleden. Ik was aan het bidden en voelde me al langere tijd onrustig over DE vraag… “Heer, wat wilt U van mij”? Ik had hartsverlangens, die er niet echt uitkwamen. Willen spreken, toerusting geven, mensen inspireren. Maar ja, ik had ook ‘gewoon’ een job en er moest ook ‘gewoon’ brood op de plank komen. Duh.
Toen sprak God heel sterk in mijn gedachten: “Blijf in Mij”. “Ja maar, Heer…”, begon ik. En wilde een hele rits met dingen opnoemen die ik in Zijn Koninkrijk wilde doen. Tegelijkertijd… was dat een vlucht? I don’t know.
Maar God sprak heel duidelijk de woorden: “Blijf in Mij”. En ik moest (natuurlijk) denken aan Joh. 15 De wijnstok en de ranken.
Joh. 15: 4-5
4 Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.
5 Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.
Bij God is stilstand niet achteruitgang. Bij God is stilstand vóóruitgang. Ook Jezus ging regelmatig de berg op, om stil te zijn bij Zijn Vader. Bij de Wijnstok komen, vanuit daar komt de voeding naar de ranken en uiteindelijk in de vruchten.
Wat moet ik doen? En wat mag jij doen? Eén ding:
Blijf in mij
God heeft een lange periode dit tot mij in gebed gesproken. Gewoon: in Hém blijven. Hoe deed ik dat? Door aan Zijn voeten te komen, te knielen en te zeggen, zoals Jesaja deed: “Heer, hier ben ik. Mijn leven ligt in Uw handen”.
Voor mij was dit ook een soort beproeving. Ik ben iemand die graag wil gáán, rennen. En werd ik dan altijd rustig, kreeg ik eeuwige vrede? Nee!
Maar God dwong mij om niet te rennen, maar om te knielen. En het helemaal van Hem te verwachten. God wilde dat ik in Hem blijf. Want, ik kan uit mezelf helemaal geen vrucht dragen. Daarvoor heb ik Hem nodig!
Misschien ben jij ook in afwachting van iets; een hartsverlangen, een richting, een Weg. Ik bid je toe dat je Hem zoekt en ‘gewoon’ in Hem wil blijven. Door gewoon te knielen en te zeggen: Heer, hier ben ik. Stil worden. En God vragen: Heer, wat vraagt U van Mij?
We krijgen geen briefje uit de hemel. Maar wel dit: “Blijf in Mij en Ik in u”. Hij ís in ons en loopt met ons mee. En vanuit daar mogen we vrucht dragen.

